Auteur: melinda jansen (---.adsl.xs4all.nl)
Datum:
Ik was 16 toen ik voor het eerst een boek van u las. Blozend en verrukt verslond ik pagina na pagina. Mijn hoofd gonsde van alle minutieus uitgesponnen lust, devotie, drankzucht, dromen, zelfkwelling, sprookjesachtigheid en kleine gebeurtenissen die toevallig op straat plaatsvonden.
Het maakte niet uit waar U over schreef: alles was gevuld met dat verslavend makende mengsel van ironische keurigheid en meeslepende krankzinnigheid.
Een vuige heer, in alle vingertoppen.
Een eerste liefde is altijd het sterkst. Inmiddels heb ik andere schrijvers gevonden die me even hard beroeren, of anders beroeren, of zelfs helemaal niet beroeren, maar toch iets in mijn hoofd wakker maken.
Geleidelijk verdwenen uw boeken zelfs uit mijn top drie.
Maar u bent mijn eerste liefde.
En er is een heilige drie-eenheid te bespeuren in hoe mijn leven er nu uitziet, een drie-eenheid die terug te voeren valt op uw wijze lessen.
In deze drie-eenheid zegt de vader:
Het aanbidden van het jongenskruis is ten allen tijden toegestaan en aanbevolen.
En de zoon zegt:
Er is niets mis met het verstoppen van lege wijnflessen wanneer men bezoek krijgt dat men niet verwacht.
En de heilige geest, de geest waar het allemaal om draait, de geest van het Almachtige Woord, zegt:
Het verhaal is van ondergeschikt belang; al wat belangrijk is, is de manier waarop het verhaal verteld wordt.
Lieve vuige Heer. Dank u zo verschrikkelijk voor uw zo prachtige manier van vertellen.
En ik wens U een prachtige hemelse voortzetting van dit ondermaanse toe, waarin u tot in lengte van dagen bij de Medeverlosseres op schoot mag zitten op momenten dat u troost behoeft. Waarin U in vrijheid, zonder lei, met de Koningin kunt spreken (die net als u, door de dood uiteindelijk de zachte verlossing van een verwarde geest heeft mogen smaken).
En waarin geen van de engelen ondergoed draagt, opdat hun jongensheuvels op z
|
|