Nader tot Reve Naar de homepage van Nader tot Reve
tak
'In Uw Handen'
Tot de gedachtenis van Gerard Reve (1923 - 2006)


BEKENTENIS | Voordat ik in de Nacht ga die voor eeuwig lichtloos gloeit, | wil ik nog eenmaal spreken, en dit zeggen: | Dat ik nooit anders heb gezocht | dan U, dan U, dan U alleen.
'En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.' (1 Cor. 13:13)
In de jaren zestig zinspeelde Gerard Reve vaak op dit slotvers van de apostel Paulus, uit het Lied der Liefde - 'Seks, Drank en de Dood, maar de Dood is de meeste, want hij is de enige zekerheid.'
Volgens een eigen zeggen was Reve indertijd geobsedeerd door de dood. Niet uit angst, maar om de panische zinloosheid van het leven. September 1963 noteerde hij met ballpoint in zijn agenda:
''Zo is dan mijn bestaan niet anders dan een
hunkerend voortstrompelen naar wie ik het
meest begeer, hoezeer ik hem ook vrees: de Dood.''
In zijn romans in brieven, Op Weg Naar Het Einde (1963) en Nader Tot U (1966), ontwikkelde hij een innerlijke overtuiging dat God, de Liefde en de Dood, drie woorden zijn voor één en hetzelfde. 'En dat als er een vrijheid is, een menselijke vrijheid, dat die ons gegeven zal zijn en gegeven is in de Dood. En dat de zin en het doel en de betekenis van het leven de Dood is.'
Reve's geloofsbeleving, vol van melancholie en sentimentaliteit, kreeg mede dankzij zijn drankzucht ('Wel leveren de katers dikwijls gedichten op') een verheven uitdrukking met de Geestelijke Liederen waar het boek Nader Tot U mee sluit.
In een ongepubliceerde brief aan Leo Gillet uit 1977, schreef Reve over diens vertalingen van de Geestelijke Liederen in het Frans: ''(...) Nader Tot U is van één niveau, en geboren uit alkoholische devootsie plus uitdaging van God. (...)''
Nochtans werd ik niet moede U te loven.
Want onbegrijpelijk groot zijn al Uw werken.
Gij, die het wezen gemaakt hebt
dat van achteren een kut en van voren een staart heeft.
Een Nieuw Paaslied, fragment.
De beide romans werden destijds begrepen als 'bekentenisliteratuur', door de openhartigheid van Reve over zijn homoseksuele geaardheid en religieuze erotiek, zijn relatie met God.
Ofschoon hij voor de homo-emancipatie veel heeft betekend, liet hem 'het soort mensen dat men gevoelsgenoten pleegt te noemen' onverschillig.
Voor de televisie-documentaire Ze willen dat ik schrijf van Jop Pannekoek uit 1998, antwoordde Reve op vragen van journalist Tom Rooduijn:
"Er is geen groep die mij zo geweldig haatte als de homo's. Omdat ik liet zien dat het iets heel tragisch is. Omdat ik ook het harde en het wrede aantoonde. Homoseksuele relaties mislukken vaker dan heteroseksuele relaties. Het is geen voordeel om het te zijn. En het is tegennatuurlijk. Natuurlijk! Want je hebt die organen gekregen om kindertjes te verwekken. Je hoeft je er niet voor te schamen. Maar je hoeft er ook niet trots op te zijn. En je hoort ook niet halfnaakt over de straten te schuimen. Dat is godslasterlijk. (Reve doelde op de Gay Games en de Gay Parade.) Godverdomme! Mannen op praalwagens, met kettingen en zwepen. Ik geneer me als ik zoiets zie. D'r waren vieze dikzakken bij, met alleen een beetje naaigaren om of touwtjes aan. Dat was echt beschamend. Onkuis. Als het nou een mooie jongen is, dan zeg ik: Het mag niet, maar het is toch esthetisch. Maar 't zijn altijd van die vieze, vuile flikkerkoppen, die je niet eens wil aanraken.(...)"
"Eigenlijk gaan mijn boeken niet over homoseksualiteit. Ze gaan over de ontoereikendheid van de menselijke liefde. En de totale afhankelijkheid van de mens van Gods genade. Homoseksualiteit is net zo tragisch als alles. En het is geen reclame."
In het verleden verklaarde Gerard Reve meermaals: 'Heimwee naar God, dat is mijn ziekte.' Zijn verdrietige verlangen is eindelijk verhoord. De zandloper verlopen. 'Ziet: alles keert terug tot eigen eeuwigheid.' Het is de slotregel in de wordingsversie van het gedicht Eind Goed, Al Goed uit 1965.
...                                                                 
Er komt een houten kruis, waarop te lezen valt:
GOD IS DE LIEFDE, verder niks.
Dan komt de harmonie, en speelt een lied,
langzaam en vroom, met veel koper.
Als er wel wolken maar geen wind is wordt de hemel
een sluier van stilte,
en daalt iets neer dat veel lijkt op geluk.
Moge dit geluk hem nu deelachtig zijn geworden.
Tekst: Hans Evers