Ballade van het eenzame hart
15 februari 2026
In 1968 werd de schilder Carel Willink geïnterviewd door Bibeb. Heel even kwam daarbij ook Gerard van het Reve ter sprake:
"Op een avond kwam Van het Reve met, ik geloof dat het Wimie was, die ging achter de vleugel zitten en Van het Reve zong een liedje van een weduwnaar. Ik was in de keuken. Opeens zegt ie: neem me niet kwalijk, jij bent weduwnaar. Ik zeg: beste man, 't is helemaal niet erg."1
Zeer waarschijnlijk, zo menen Klaus Beekman en Mia Meijer in 'Kort Revier', zong Reve bij die gelegenheid de door hemzelf geschreven en door "Wilhelm Johann Schuhmacher" op muziek gezette 'Ballade van het eenzame hart'. (Hadden Beekman en Meijer wel door dat de componist niemand anders was dan Wimie?) In een voetnoot wordt H. Verdaasdonk bedankt, die hen op de bron van deze ballade had gewezen: "'Tirade bloemlezing'. Amsterdam (november 1959)". Vervolgens zijn tekst en muziek afgedrukt.2
Ballade van het eenzame hart
Als je alles van je kwijt bent
En verloren hebt, voorgoed,
Weet je niet wat te beginnen,
Weet je niet meer wat je doet.
Ga je 's avonds, na het donker,
Maar wanhopig op bezoek,
Want alleen is 't niet te dragen,
Met die stoel leeg in de hoek.
|
Zondags ga je naar het kerkhof,
Staar je op een stomme steen;
Door de regen weer naar huis toe -
In de kamer weer alleen.
Soms dan denk je dat je gek wordt,
Schreeuw je het haast uit van pijn;
Nee, dat had je nooit geweten:
Wat het is alleen te zijn.
|
Maar op 't laatst dan krijg je vrede,
Want dan weet je, het is waar:
Nog een poosje, nog wat jaren,
Dan zijn wij weer bij elkaar.
Op de steen komt er jouw naam bij,
Alle smart is heen, voorgoed:
Daarvoor zal Hij eenmaal zorgen,
Hij Die alle dingen doet.
|
De ballade, een heuse smartlap, is niet opgenomen in de bundel '
Verzamelde Gedichten' die in 1987 bij Van Oorschot verscheen en evenmin in 'Verzameld Werk' dat tussen 1998 en 2001 bij Veen het licht zag. Het stuk is echter nog minstens eenmaal in het openbaar uitgevoerd:
"Zaterdag 16 december [2023, n.a.v. de honderdste geboortedag van de schrijver] 16:30 uur wordt in hotel restaurant De Watersport in Heeg een gedicht van Gerard Reve onthuld. Dat gebeurt in aanwezigheid van Teigetje en Woelrat, Reves partners uit zijn Frieslandtijd. [...] Dichter fan Fryslân Arjan Hut draagt tijdens het feestelijke onthullingsprogramma een gelegenheidsgedicht voor en Jankobus Seunnenga vertolkt de 'Ballade van het eenzame hart'. Teigetje en Woelrat spreken en verrichten de officiële onthulling."3
Afgezien van de publicatie in 'Kort Revier' is het lied nadien alleen nog verschenen in de roofdruk 'Vergeten Gedichten' van Peter Loeb.4 De verantwoording in deze laatstgenoemde uitgave verwijst wederom naar een "Tirade bloemlezing" uit 1959. Wat is toch deze bloemlezing die telkens als bron wordt genoemd?
De Reve-bibliografie van Heuvelman en Willems helpt ons een beetje maar niet veel verder: "Tirade bloemlezing, Amsterdam, november 1959 (z.pag.) 22 cm". Kennelijk hebben de samenstellers een exemplaar onder ogen gehad want ontbrekende paginering en formaat worden genoemd. Ook melden zij dat de tekst is "afgedrukt met notenbalken".5 De grote Reve-biografie van Nop Maas biedt weer andere aanknopingspunten. Het betreft, aldus Maas, een bijzondere publicatie van Tirade, bedoeld om nieuwe abonnees te verwerven en de financiële positie van het tijdschrift te versterken.6 Begin 1959 werd een en ander in het blad aangekondigd:
"Voor onze onafhankelijkheid
...Begin maart zal er een bibliofiele uitgave verschijnen, waarin literaire bijdragen en grafiek zullen worden opgenomen van enige vaste medewerkers van Tirade. Dit boekje, dat niet in de handel komt en waarvan de teksten en tekeningen niet in ons blad worden gepubliceerd, zullen wij, zo lang de beperkte oplage strekt, doen toekomen aan ieder die ons twee nieuwe abonnees bezorgt of tenminste f 25,- stort in ons medewerkersfonds."7
Enkele maanden later kwam Tirade nog eens op het plan terug:
"Een boekje van Tirade
Op het voorstel dat wij in het eerste nummer van deze jaargang hebben gedaan, zijn heel wat lezers ingegaan. Wij hebben hen niet vergeten. Het boekje dat wij hun hebben beloofd, is bijna klaar. Zij zullen in deze bibliofiele uitgave proza vinden van Adriaan Morriën, gedichten van Remco Campert, Elisabeth Eybers, Chr. J. van Geel, J.J. Klant, Hanny Michaelis en G.K. van het Reve en tekeningen van Metten T. Koornstra, Melle, Harry Op de Laak, Hans van Norden en Nico Wijnberg.
De oplage ervan is beperkt en het zal bij geen boekhandelaar of kruidenier te krijgen zijn, maar wie goede voornemens nog niet heeft uitgevoerd of ze nu mocht voelen opwellen, stellen wij nog graag in de gelegenheid zich een exemplaar te verwerven. Ieder die ons twee nieuwe abonnees aanbrengt of tenminste f 25 stort in ons medewerkersfonds (postrekening 355883 van J.J. Klant, Prinsengracht 632, Amsterdam) krijgt het toegezonden."8
Navraag bij enkele antiquaren leverde weliswaar geen exemplaar op, maar wel wat nadere informatie. Paul Snijders van Antiquariaat Fokas Holthuis schreef: "...het gaat om een heel zeldzaam boek dat we één keer hebben gehad, in 2002. Het is een bloemlezing uit het literaire tijdschrift Tirade, een uitgave van Van Oorschot." De beschrijving in 2002 was als volgt:
"KEMP e.a., Pierre Tirade bloemlezing. (Met 8 illustraties (originele litho's!) van Huik, M.T. Koornstra, H. op de Laak, Melle, H. van Norden, A. Veldhoen en N. Wijnberg). (Amsterdam, Van Oorschot), [1959]. Ingenaaid. (40) p. Gedrukt in een oplage van 120 genummerde exemplaren. € 200,-
* Exemplaar met aardige opdracht van Pierre Kemp, gesigneerd en gedateerd 'Maastricht, November 1959'. Deze bloemlezing bevat verder bijdragen van o.a. Remco Campert, Elisabeth Eybers, Chris van Geel, Hanny Michaelis Adriaan Morriën en Jan van Nijlen. Niet in de handel."
Paul Snijders voegde daar nu (2026) aan toe:
"Wel merkwaardig dat Gerard Kornelis van het Reve niet wordt genoemd bij de bijdragers. Misschien is de smartlap onder pseudoniem verschenen? Het boek is bij drie Nederlandse bibliotheken in te zien: de Leidse Universiteitsbibliotheek, de Koninklijke Bibliotheek en de Provinciale Bibliotheek Zeeland."
Op naar Den Haag om het aldaar bewaarde exemplaar te bekijken. Het blijkt een uiterst eenvoudig boekwerkje te zijn, dat wat betreft formaat en afwerking doet denken aan Tirade zoals dat vanaf 1961 begon te verschijnen. Het grafische werk staat telkens op twee tegenoverliggende bladzijden en loopt weg in de vouw van de rug. Dat is niet ideaal. En ja hoor, daar is de 'Ballade van het eenzame hart', "Tekst: Gerard Kornelis van het Reve, Muziek: Wilhelm Johann Schuhmacher", dus in het geheel niet onder pseudoniem.
Over het gedicht valt nog iets te zeggen. Rond 1960 speelde Reve met het idee om voor de televisie een reeks programma's te maken, ingeleid door een film, waarbij, uitgaande van oude foto's en documenten die men op rommelmarkten aantrof, het publiek zou worden opgeroepen om met inlichtingen te komen over de getoonde objecten. In een brief aan de VARA schreef hij:
"Een ding moet volgens mij vaststaan: de film moet nuchter en zakelijk beginnen en pas allengs lyrisch worden; de elementen van weemoed & vergankelijkheid [...] moeten pas langzamerhand komen opzetten. Een oersimpele melodie moet door alles heenspelen, en twee of drie Speenhoff-achtige ballade teksten, door een ongeschoolde stem - bijvoorbeeld die van mij - gezongen, en door een gitaar of ander simpel instrument begeleid, moeten de toeschouwer rijp maken [...]. Ik ben vrij goed in dit soort teksten (Zie "Ballade van het eenzame hart" in het bibliofiele Tirade-boekje)." 8
Toentertijd nam Reve de 'Ballade van het eenzame hart' dus wel degelijk serieus, niet als weerspiegeling van zijn diepste zielenroerselen of religieuze overtuigingen, maar als cabaret-tekst, als proeve van vakmanschap in de traditie van de Nederlandse kleinkunst van de vroege twintigste eeuw.
We hebben daarmee met een curiosum van jewelste van doen: een voor de Reve-verzamelaar vrijwel onvindbaar boekje met werk van Tirade-medewerkers, dat voordien noch nadien in Tirade is gepubliceerd. In het geval van de 'Ballade van het eenzame hart' gaat het om een gedicht dat nooit tot de Reve-canon is gaan behoren en dat later in geen enkele officiële Reve-uitgave is opgenomen.
Het is voor zover bekend ook het enige gedicht dat al in de jaren vijftig, zowaar door Reve's toenmalige partner en huisgenoot, van een melodie werd voorzien, die bovendien op zijn minst eenmaal, in huize Willink, door de schrijver zelf ten gehore is gebracht, begeleid door de componist. En tot slot getuigt de ballade van een dichterschap dat zich al snel in een heel andere richting zou ontwikkelen. Hoeveel lezers zouden het lied zonder toelichting als "een echte Reve" herkennen? Enige aandacht voor dit bijzondere boekje en het gedicht lijkt daarmee toch wel op zijn plek.
Noten
1. 'Vrij Nederland', 6 april 1968.
2. Klaus Beekman en Mia Meijer: 'Kort Revier. Gerard Reve en het oordeel van zijn medeburgers' (Amsterdam 1973), 140-141.
3. Onthulling gedicht Gerard Reve - Leeuwarden City of Literature
4. Gerard Reve: 'Vergeten gedichten' (Bibliotheca Reviana [Peter Loeb], Amsterdam, 1979).
5. Gerrit Heuvelman & Peter Willems: 'Bibliografie van Gerard Reve' (2e verbeterde druk, Nijmegen 1980), 73.
6. Nop Maas: 'Gerard Reve, Kroniek van een schuldig leven, Deel 1 - De vroege jaren (1923-1962)'' (Amsterdam 2009), 627.
7. Tirade nr.25, januari 1959. Met dank aan Berend Immink van Antiquariaat Verzameld Werk te Nijmegen, die mij op deze tekst attendeerde.
8. Tirade nr.29, mei 1959.
9. Nop Maas: 'Gerard Reve, Kroniek van een schuldig leven, Deel 1 - De vroege jaren (1923-1962)'' (Amsterdam 2009), 639.
Tekst en foto's: Peter Lurvink