Hanny Michaelis op bezoek bij Han en Lousje Voskuil
18 juli 2026
Het recent verschenen (laatste) deel van de dagboeken van J.J. Voskuil, 'Het Zwijgen, Dagboeken 1987-2006' wordt in belangrijke mate gekenmerkt door de eindeloze ruzies tussen Han Voskuil en zijn vrouw Lousje. Dat was in de vorige delen ook al een belangrijk onderwerp maar de pensionering van Voskuil en de daarmee gepaard gaande verstoring van hun levensritmes zorgen voor een stevige verhoging van de ruziefrequentie.
Cover van J.J. Voskuil, Het Zwijgen. Dagboeken 1987-2006.
Een van de meest heftige ruzies wordt veroorzaakt door een bezoek van Hanny Michaelis op zaterdag 1 augustus 1987. Michaelis komt eten en blijft tot een uur of elf. Er wordt flink gedronken en Michaelis is het grootste deel van de tijd aan het woord. Voskuil bewondert haar als dichteres maar voor haar persoon heeft hij weinig lovends te melden.
Het gaat fout wanneer het gesprek op Reve komt en Michaelis zegt: "homo's zijn nu eenmaal niet de moedigste mensen die er zijn." Ze zegt dat in de context van de vaak wat laffe reacties in homo-kringen op Reve’s moedige 'coming-out'-toespraak in 1962 op het schrijverscongres in Edinburgh.
Zoals bij Voskuil-kenners wel bekend moet je bij Lousje niet aankomen met iets negatiefs over homo's. Homo’s zijn de underdog en daarom per definitie sympathiek en boven alle twijfel verheven. Han en Lousje zijn bevriend met een naburig homo-stel en ondanks alle fratsen en mallotigheden van deze twee mannen is de minste op- of aanmerking van Han over hen voor Lousje al genoeg voor een knallende ruzie.
Direct na afloop van het bezoek van Michaelis ontsteekt Lousje in woede: "een afschuwelijk mens, en ze heeft nog een onbetrouwbaar gezicht ook". Aanvankelijk verloopt die woede volgens de gebruikelijke patronen: Han doet wat voorzichtige tegenwerpingen en probeert de zaken wat te relativeren en te nuanceren maar het helpt niets en haar woede is de volgende dag nog niet voorbij, integendeel, die begint dan cholerische vormen aan te nemen en ze gaat verbaal helemaal los: "Zulke opmerkingen [als van Michaelis] zijn de eerste stap op weg naar de gaskamers, mensen als Hanny hebben de gaskamers gebouwd."
In zijn algemeenheid een nogal buitenproportioneel en idioot statement. Maar de wetenschap, die Lousje én Han ook gehad moeten hebben, dat beide ouders van Michaelis hun eind hebben gevonden in de gaskamers van Sobibor en Hanny zelf met het nodige geluk maar net aan dit lot ontsnapt is, maakt de opmerking van Lousje meer dan stuitend.
De daaropvolgende, zeer gematigde, tegenwerpingen van Han leiden ertoe dat de ruzie volledig uit de hand loopt en de echtelieden gaan elkaar zelfs te lijf. De ergste ruzie wordt dezelfde nacht nog wel gesust maar het duurt nog minstens een etmaal voordat de situatie weer een beetje is genormaliseerd.
Terugkomen op de gaskamer-opmerking doet ze echter niet. Lousje zegt nog wel dat Han het niet serieus moet nemen wat ze er in een ruzie allemaal uitflapt maar dat is een loze relativering want de ervaring (van Han en de lezer) leert dat wanneer hij dat inderdaad doet de rapen helemaal gaar zijn.
Gelukkig heeft Michaelis dit allemaal niet hoeven lezen. Wat Reve er van had gevonden vind ik moeilijk in te schatten. Voskuil en Reve kenden elkaar vagelijk, via hun gezamenlijke uitgeverij (van Oorschot) maar waren dusdanig verschillende karakters dat een vriendschap of zelfs maar een oppervlakkig contact niet mogelijk was.
Tekst: Peter Smeets